Hartelijk-Verbonden

Roodborstjes zegening!

Het is vanmorgen mistig, stil en koud. Ik kruip weg in mijn jas, mijn sjaal om, mijn muts op en mijn wanten aan. Wat is de stilte een weldaad. Voor ik deze drukke dag begin wil ik stil worden. Dat werkt bij mij het beste door eerst te gaan wandelen. Een druppel mist die zich samen heeft gehoopt valt van een tak op mijn hoofd. Er vallen druppels van zegen, denk ik direct. Klopt het wat ik denk? Ik denk even langer en dieper over deze woorden.

Half negen. Ik kijk even snel op mijn stappenteller. Tweeëneenhalve kilometer. Ik had een extra rondje gedaan omdat ik vandaag een drukke planning heb. Hoe kan ik aan het werk als ik geen rust ervaar? Ik heb me al te vaak in de vingers gesneden wanneer ik direct de morgen aan mijn taak begon. Wat een onrustige werkwijze en wat een herstelfouten die meer tijd kosten dan mijn extra rondje.
Ik neem tijd voor Bijbelstudie. Nehemia. Wat een ontdekkingen! Wat is het Woord toch rijk van zegen! Wat een rust om stil te zijn bij het Woord. Er is geen rijkere stilte!

 

Voor ik aan mijn blog begin bid ik om woorden om te schrijven. Ik vind schrijven heerlijk! Maar hoe kan ik anderen tot zegen zijn als ik geen zegen ontvang? Meerdere keren hoor ik dat mensen iets aan mijn blog hebben. Dank God ervoor!

 

Ik zet me neer op mijn kruk achter de computer. Eerst kijk ik even naar het lied over de druppels van zegen. Ik zing het beschaamd mee. ‘Er komen stromen van zegen en nu vallen druppels daarvan al neer! Zend ons die heilstroom van zegen. Geef ons die verkwikking!’ Druppels? Stromen! Wat denk ik weer klein van God!

 

Afgelopen week was het voorbereidingsweek. Beproevingsweek. De volgende twee vragen neem ik mee. Wie ben ik voor God? Wie is God voor mij? Ik besluit dagelijks het Avondmaalsformulier te gaan lezen en Johannes 3 te overdenken. Ik weet uit ervaring dat onze dominee hetzelfde hoofdstuk drie keer gebruikt. Tijdens de voorbereiding, het Heilig Avondmaal en de nalezing tevens nieuwe voorbereiding. Het loopt anders. Mijn oude vriendin zegt dat ze zoveel vanuit de institutie van Calvijn ontvangt aan troost en onderwijs. Ze raadt me aan deze te gaan lezen. Ik doe het. Wat een mooie dingen lees ik!
MAAR….
Aan het einde van de week denk ik terug. Hoe was deze week nu? Ik ga bewust na wie ik voor God was. Ik neem u mee. Heel eerlijk in mijn gedachten. In mijn beproeving. Met de vraag of ik mezelf wel ooit recht beproeven kan.
1. Had ik beter de Bijbelstudie voort kunnen zetten waar ik steeds veel onderwijs uit kreeg? Had ik het Avondmaalsformulier en Johannes 3 moeten overdenken? Had ik de institutie moeten gebruiken? Welke keuze is goed, beter, best?
2. Dinsdagavond is het gemeenteavond. De laatste keer dat onze dominee dit doet. Hij gaat vertrekken naar een andere gemeente. Ik gun het ze! Maar wij zullen hem missen. Mijn man en ik besluiten om tot de pauze te gaan. In deze week hebben we bijna elke avond iets. Maandag verjaardag van onze kleindochter. Ze wordt al 11 jaar. Ja het zijn allemaal verantwoorde dingen. Maar we zitten vol. Terwijl we zuinig zijn op onze avonden omdat we onze rust nodig hebben om elke dag met aandacht en energie onze taak te kunnen doen. Hadden we de gemeenteavond moeten blijven? De vragen na de pauze waren waardevol. Die hebben wij niet meer gehoord. Was het een goede keuze/verkeerde keuze om weg te gaan?
3. Donderdag ben ik aan het wandelen. Ik verken in de omgeving van Vrouwenpolder een nieuw wandelgebied. Heerlijk zo’n dag! Stilte om me heen. De zon! De zee! De bossen! Duingebied! Halverwege de wandeling komt spontaan een psalm in me op. ‘Hoe zoet zijn mij Uw redenen geweest. Geen honing kon het gehemelte beter doen smaken. Alleen door Uw bevelen krijgt mijn geest, verstand van God en Goddelijke zaken.’ Ik zit op een bankje. Ik zing de psalm en lees het onberijmde deel uit psalm 119. Ik overdenk dit. Hoe heerlijk! Even lijkt het op een wandelen met God! Ik eet mijn trommel leeg. Ik geniet van de zon. Al verwonderend loop ik verder. Wat een Schepper! Bijna aan het einde van de wandeling als ik even vertraag en nog een ommetje extra doe zie ik twee mensen komen. Refo’s. net als mij. Beiden in het zwart gekleed. Grote stevige man. Klein slank vrouwtje aan zijn arm. Hij kijkt recht voor zich uit. De vrouw lacht en zegt gedag. Van de man krijg ik een tja, is het gedag? Achteraan. Dikke sigaar in zijn mond, loopt hij voor zich uit te kijken. Ik denk. Ja wanneer doe ik dat niet? Zou deze man genieten van een rondje met zijn vrouw of zou hij meer genieten van zijn sigaar? Ziet hij de natuur? Heeft hij zelf voorgesteld om een ronde te gaan lopen of heeft zij hem overgehaald? Trouwens….Roken? Er stond een bordje aan het begin van dit mooie gebied: ‘verboden te roken!’ Zeg eens eerlijk…Wie doet er zonde? De man of ik? Of wij beiden? Ik weet dat mijn gedachte een valse gedachte is.
4. Ik heb kaas gekocht. Boerenkaas van Albert Heijn. Die kaas die vanwege mogelijke voedselvergiftiging terug geroepen wordt. Het aankoopbedrag krijg je dan terug. Niks mis mee als ik dit stukje kaas terug breng. Nee? Wat is mijn intentie? Het stuk is al voor de helft op. We hebben er niets van gekregen. Ik kom tot de slotsom dat het wel leuk meegenomen is om een nieuw stuk kaas te kopen van dat geld. Dan heb ik toch meer dan nu….En? De kaas wordt niet teruggebracht! ‘Leer mij ook in gedachten te leven tot UW eer, op UW kosten.’

 

Moet ik nog meer gedachten bloot leggen? Ik kom er achter dat ik mijn verborgen zonden niet eens doorgronden kan! Vergeef mij al mijn zonden is zo algemeen. Over welke zonden heb ik het dan? Wat is het heilzaam om de zonden uit te rafelen en dan te belijden. Met het gebed of ik kracht krijg om daar tegen te strijden en ze te overwinnen. Want in Christus zijn we meer dan overwinnaars. In Christus…!

 

Zondagmorgen staan de kerkdeuren open. Mag ik zeggen dat ik naar Christus ga? De kerk is een gebouw maar in dit gebouw gaat het om Christus! ‘O grote Christus eeuwig licht niets is bedekt voor Uw gezicht!’

 

Mijn dochter schuift naast me in de bank. Wat een zegen! Ze kijkt me aan en fronst haar wenkbrauwen. ‘Ik hoor een vogel in de kerk’, fluistert ze me in het oor. Oh? Ik heb nog niets gehoord. Maar ze heeft gelijk. Niet één maar twee vogeltjes. Twee roodborstjes. Hoe komen die binnen? Die zijn laag bij de grond geweest. En ik? Hoe laag was mijn buigen deze week? Ik denk aan psalm 84. Ze zijn in Gods voorhoven! Vogels zingen altijd tot Gods eer. Ze doen geen zonden zoals ik. Ze denken niet verkeerd en zondig. Ze zingen. Ja hoor maar. ‘De HEER bewaart de ziel die Hem bemint; maar Hij verdelgt die Hij goddeloos bevindt. Mijn blijde tong mag, nee zal roemen in de HEER, en alle vlees zal juichen tot Gods eer’. Ze zingen nu hun hoogste lied. Aanziet de vogels des hemels, zij zaaien niet en maaien niet, ze verzamelen niets in de schuur en Uw Hemelse Vader voedt hen elke dag. Gaat u deze vogels niet te boven? Ja zeer verre te boven! Zij kunnen niet zalig worden. Wij wel! Zalig. Een Bijbelstudie waard! Hoe vaak staat dat woord in de Bijbel? Zalig is meer dan blij zijn. Meer dan genieten. Zaligheid is een stroom van zegen uit het heiligdom!
Hoe zalig is de mens die naar Mijn klanken hoort. Zij wandelen in het licht van Gods aanschijn (aangezicht en zonneschijn) voort. Zij zullen zich elke dag verblijden omdat Uw goedheid hun bestraalt. Alleen door God en in God door Christus! Wat een stroom van zegen!
Dat mag iedereen zien. Mijn God is een God van zaligheid!
Dan wordt onze echtgenoot geraakt! Dan worden onze kinderen en onze omgeving geraakt. Heb ik dat wel voldoende uitgestraald? Ontdek mij aan mijn verborgen zonden! MEERVOUD!

 

Ik lees op dit moment een boekje van Andrew A Bonar getiteld: ‘Stromen van Levend water’. Daarin schrijft hij over zijn eigen Godsontmoetingen en de gedachten hier op gegrond. Ik deel er een paar in het kader van deze blog.
‘Beleef één enkele dag op zichzelf, niet meer. Zing lustig elke dag voor Uw God en Vader en laat de dag van morgen voor zichzelf zorgen. God brengt zorgen op onze weg maar Hij wil dat wij zonder bezorgdheid zijn. Hij zegt niet: ‘Ik zal u van een kleine zorg verlossen,’ maar: ‘Ik zal u geen ruimte voor zorg laten.’ Het is waard om tot Christus te komen evengoed om van zorg bevrijd te worden. De Heere kwelt en plaagt Zijn kind niet. Indien u zich zorgen maakt bent u op de verkeerde weg. Dagelijkse zorgen zijn als van de hemel gezonden boodschappers om u op weg naar Thuis te helpen. Een dag midden in de zorgen is een dag op Gods leerschool. Een belangrijk kenmerk van heiligheid is de kracht om zware en harde zorgen te dragen. Bekommernis is een deel van de opvoeding van de gelovige. Wij zullen niet alleen beloond worden voor werk dat wij hebben verricht maar ook voor zorgen die we hebben gedragen en ik ben er zeker van dat de heerlijkste beloningen bestemd zullen zijn voor hen die de zorgen zonder murmureren hebben gedragen.’ Of even verder: Heere geef me een hart om Uw gave op te merken. Ik mag vandaag met Christus staan aan de waterfontein en vragen om overvloediger leven. Hij zal het geven om niet! Ik mag vragen om blijdschap en vrede in het geloof. Hij zal het geven om niet! Niet om iets in mij, maar uit genade. Heere ik vraag op dit moment om vervuld te worden met de Heilige Geest die altijd in mij blijven zal om mij de rijkdommen van Christus te tonen en voorbede op te wekken voor anderen en die mij tot ogenzalf zal zijn. Wanneer ik vraag om zegen voor mijn volk, over mijn huwelijk en over mijn gezin en mijn familie, zelfs om een nieuwe opwekking, zal Hij dit dan niet doen? Ik heb geen andere grond aan te voeren dan dit ene en dat is dit hoogste genadevolle woord: ‘om niet!’ Neem het water des levens om niet. Geen grond in u. Zijn daar voorwaarden aan verbonden? Ja één: dorst! ‘Indien iemand dorst heeft’. Welke dorst? Daarover sprak Christus niet. Vul uw leegte en kom tot Hem! Het is God een vreugde om te geven en een last om terug te houden.’
We vragen en verwachten te weinig van Christus en van God in Christus. Dus teveel van onszelf?!

 

Deze dingen hoor ik ook van Corrie ten Boom en Ds. IJsselstein. Hoe mooi en waardevol om zo te mogen leven in een wereld, in ons land wat naar vervulling zoekt en het niet vindt in de regels en wetten die ze zelf ontwerpen met de leus: VRIJHEID, BLIJHEID!
Zijn wij de wereld en wereldgelijkvormig?

Hartelijk-verbonden blijven?

Hartelijk Wel-Kom! Mijn naam is Corrie-verbonden in het huwelijk-moeder-oma-vrijwilliger-docent-Zeeuwse. Houdt van stilte-culturen-de natuur-gesprekken-lezen-koken-samen eten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *