Hartelijk-Verbonden

Stil-leven

Zeeuwen zijn nu eenmaal zuinig! Zuinig op hun cultuur en hun taaltje. Daar kan ik wel een staaltje van vertellen. Negen jaar was ik. We gingen verhuizen. Wanneer en waarheen dat wist ik niet. Ik kon me er geen voorstelling van maken wat er met me ging gebeuren. ’s Avonds ging ik naar bed. De volgende morgen werd ik vroeg wakker gemaakt. We gingen vandaag verhuizen. De vrachtwagen waarop mijn vader reed stond al geladen voor de deur. Terwijl ik sliep…. volgeladen. Ik was me van geen kwaad bewust. Nog even snel langs het schoolplein waar in alle vroegte nog niet iedereen aanwezig was, om dag te zeggen en daar gingen we. De onbekende woonplaats, thuis en toekomst tegemoet. De volgende dag zat ik in een nieuwe klas. Op een nieuwe school. Ver bij mijn geboorteplaats vandaan. Met mijn geboortetaal. Ik kon niets dan Zeeuws praten. Op een schoolplein vol met jongens en meisjes die anders waren omdat ze anders praten. Nee. Juist andersom. Ik was anders omdat ik anders praatte. ‘Wat vliegt daar in de lucht?’, werd me gevraagd. ‘Un veugel.’ Ja hoe moet je dat dan anders zeggen? Zou het heimwee zijn waardoor ik zo blij was en nog ben met mijn Zeeuwse man?

 

Zeeuwen zijn ook enig in hun soort. Dat blijkt onder meer in hun dankdagen die afwijken van de landelijke dankdagen. Gisteren was het dankdag. En wat voor één! Om niet te vergeten!

 

De eerste psalm is 65:1 De lofzang klimt uit Sions zalen, tot U met stil ontzag, daar zal men U, o God betalen, geloften dag bij dag. DAG BIJ DAG GELOFTEN BETALEN? Hoe is dat nu bij mij? Dag bij dag ervaar ik nog het verdriet van mijn moeders overlijden. Dag bij dag laat ik dat gebeuren. Dat heb ik ook tegen mezelf gezegd. ‘Laat maar gebeuren want je moet hier doorheen. Accepteer het maar.’ Ik moet hier doorheen. Maar… Gods Woord kon niet meer door mijn verdriet heen. Ineens besefte ik mijn zondige tekort. Ik had wel plaats voor mijn verdriet maar waar was mijn God in dit verdriet?

 

Elke morgen ging ik in alle vroegte wandelen. In gedachten. Mediterend. Dan kwam ik voldaan thuis en nam stille tijd. Gods Woord ging open en ik zocht in stilheid God in het gebed. Ik was vanaf het moment dat de zorg voor mijn moeder zwaarder werd niet meer wezen wandelen en had mijn Bijbelstudie laten liggen. Bidden deed ik… Maar hoe?

 

We zongen: psalm 79: 4: Gedenk niet meer aan het kwaad wat wij/ik bedreven/bedreef, onze euveldaad wordt ons uit gunst vergeven! Eenzijdige Goddelijke liefde! Help ons barmhartig HEER’, Uw grote naam ter eer. Vers 7: Wij, de schapen Uwer weiden zullen in eeuwigheid Uw lof, Uw eer verbreiden én zingen van Geslachte tot geslachte! Maar HEERE mijn gebed is zo verwaterd dat ik mijn kinderen en kleinkinderen alleen maar uit gewoonte bij U heb gebracht. Maar……Uw trouw! Uw roem! Uw onverwinbare krachten! Daar pleit ik op. Bewijs ons eens genade! Hij geeft me opnieuw een danklied tot Zijn eer!

 

Ik ben vanmorgen eerst wezen wandelen. Heerlijk de koude wind door mijn haren. In mijn hoofd de nagalm van gisteren. De lofzang is in stilheid tot U o God. De vele blaadjes op het pad brengen mijn gedachten bij: ‘Wij allen vallen af als een blad’. Het schip wat de haven uitvaart brengt mij bij: ‘Ik zal ook eenmaal mijn aardse haven verlaten om in de Thuishaven aan te komen’. ‘HEERE leidt me door de aardse woestijn Uw heerlijkheid binnen! Alleen van U is mijn verwachting!’ Ik loop al denkend. Het carillon speelt een sinterklaasliedje. Ik ben nog op aarde en sta midden in de strijd tegen de zonde. De torenklok slaat. Ik mag uitzien….Gods kerk, Zijn gemeente, Zijn kinderen zullen er komen! Mijn vader, mijn moeder ze mogen daar zijn waar niemand zegt: ’Ik ben van mijn God weggelopen, ik ben ziek, ik heb verdriet.’ Wat een heerlijke Toekomst! Ik zing in stilte: ‘De lofzang klimt uit Sions zalen…’ Thuisgekomen heb ik mijn Bijbelstudie gepakt. Nehemia 1: het gebed van Nehemia. Wat een woorden. Het was me nog niet eerder zo duidelijk opgevallen dat hij Gods eigen Woord en Gods beloften gebruikt voor zijn gebed. En dat zal God horen! Gevoed met hemelse gaven mag ik gaan schrijven. Mag ik straks wat zakelijke gesprekken gaan doen. Mag ik vandaag mijn voorbereiding doen voor de twee-daagse-retraite die volgende week gepland staat. Ik ga blij en zingend aan het werk.

 

Is verdriet verkeerd? Jezus weende! En direct daarbij/daarna bad Hij tot Zijn Vader in de hemel. Wat was ik het zicht op Mijn Vader en Zijn Vaderlijke zorg kwijt geraakt door mijn eigen hartelijke verdriet. Ik weende maar keek niet omhoog. Wat een verraderlijk hart heb ik. Terwijl ik tegen anderen kon zeggen: ’Pas op dat je ziekte, zorgen, vragen, verdriet het zicht op God niet belemmeren’, liet ik het mezelf overkomen en ‘wist’ niet eens verkeerd bezig te zijn.

 

Verraderlijk is ons hart, ook als het gaat over contact met anderen. Ik kan zo subtiel op mezelf gericht zijn. De westerse 21e eeuwse mens geselt zichzelf. Onmisbaar, altijd bereikbaar, vol glorie over zichzelf…God is iets, ik ben alles. En met het godsbesef verdwijnt nederigheid, stilte, naastenliefde. Eigenliefde van de hoogste plank met alle onvoorziene gevolgen van dien. Waarvan eenzaamheid een belangrijke. Voortdurend geluk, vrijheid en genot vragen offers. De kunst van het leven om óók ongelukkig te zijn en te accepteren dat slechte dagen erbij horen is weggestopt. Leefstress en het verdwijnen van God zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. De kalmte is verleden tijd. En we zoeken onze uitweg. Een uitweg om onvrede, ongeluk en tegenvallers mee op te vullen. De ander is de oorzaak van de negativiteit. Niet ik. Ik weet het en kan het, ik maak het! Niet linksom dan wel rechtsom. O nee, we zullen dat niet openlijk toegeven. We doen dat subtiel. We verweven het. Mijn vrouw die U mij gegeven hebt is elke avond moe dan is het toch niet vreemd dat ik achter mijn laptop zit…? Mijn man is niet meer zo liefdevol. Niet gek toch dat ik mijn verhaal bij mijn collega kwijt kan? Ik ga nog even naar….ik weet dat ik daar iemand vindt die mij echt ziet. En thuisgekomen voedt de gedachte zichzelf. Verraderlijk, weg van mijn echtgenoot. Ik weet niet hoe het komt maar we zijn uit elkaar gegroeid. We voelen geen liefde meer voor elkaar. En… WE WILLEN ER OOK NIET MEER VOOR GAAN! We zijn toch mensen van de 21e eeuw? Wij mogen onze eigen keuzes toch maken? Doelgericht leven en onze beloften vastmaken in God? Wat bedoel je?

 

Geluk moet maakbaar zijn. God, verdriet, leven gericht op Gods doel halen geen doelpunten en worden niet toegejuicht. Of wel?

 

Mijn zicht naar Boven is weer helder. Ik wil danken. Danken omdat ik een Vader in de hemel heb die al mijn haren heeft geteld. Er zal er geen vallen zonder Zijn wil. Elke haar die valt ligt op de grond tot mijn nut. Zo leer ik op de grond aan Jezus voeten te vallen. Hij bracht mij een bezoek. Als Hij weer gaat laat Hij Zijn spoor van zegeningen achter. Ik ben weer één met God en met mijn broeders en zusters die in Christus zijn. Ons geluk ligt vast! Dan ben je gelukkig! WELGELUKZALIGHEID toegewenst!

 

Gratis abonnement op de blog!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *